dinsdag 30 augustus 2011

“Ben je daar eindelijk weer?”

Vraagt de moeder, “we zitten allemaal op je te wachten. Kom, we gaan meteen weg.” En inderdaad, alle kinderen zitten in hun warme en waarschijnlijk voor hen hun netste kleren en klompen aan te wachten. Snel warm ik me nog net even op bij de kachel, maar iedereen loopt al naar buiten, dus ik volg hen maar. Het is een hele optocht zo, met al die kinderen. Terwijl ik achteraan sluit, zie ik dat de moeder zich ook wat inhoudt. Als ze naast me loopt, vraagt ze: “Wat is er toch met je? Je bent vanochtend zo afwezig en verdwaasd. Net of je jezelf niet helemaal bent. Voel je je wel goed?” Ze moest eens weten… Maar ik haast me te zeggen dat ik me prima voel, maar gewoon niet zo goed geslapen heb. Ik moet dus wel even oppassen, want blijkbaar ben ik als Willem toch wat anders dan hoe ik me nu gedraag. En de waarheid zal ik nog maar niet vertellen, want ik heb veel boeken over deze tijd gelezen en over het algemeen gaan ze hier niet heel gemakkelijk om met onverklaarbaarheden. Terwijl ik dat denk, lopen we langs het galgenveld. Hoe toepasselijk… En zo te zien wordt er ook niet geschroomd om het te gebruiken. De kraaien en andere roofvogels hoeven er in ieder geval niet te verhongeren. Ik moet echt wel oppassen dat ik me niet verspreek en ondertussen een oplossing zien te bedenken hoe ik hier weg kom. Aan de andere kant: wie krijgt nu de kans om écht zo’n leven te beleven? Als ik ooit terugkom in mijn eigen tijd, heb ik wel echt wat te vertellen. Tot dan zal ik dus mijn ogen en oren goed open houden en proberen te genieten van alles wat ik nu beleef. Die gedachte zorgt ervoor, dat ik me een stuk vrolijker voel en tegelijkertijd begint een vaal winterzonnetje te schijnen. Ach, zo slecht is het hier eigenlijk allemaal niet!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten