zaterdag 24 september 2011

Het duurt eventjes voordat iedereen beseft...

wat er zojuist is gebeurd. Er is geen volwassen man meer te bekennen in de kerk. Als door een speld geprikt, begint iedereen ineens door elkaar te roepen. “We moeten de schout waarschuwen!” “Snel, naar buiten! Misschien kunnen we ze nog volgen!” “Nee, dat gaat niet, ik heb de schout ook de kerk binnen zien gaan.” Het lijkt wel een kippenhok en het lawaai wordt alleen maar erger en ongestructureerder. Ondertussen baan ik mij een pad naar de kerkdeuren en kijk naar buiten. Heel in de verte zie ik de groep mannen in een snelle looppas door de velden trekken, vergezeld van mannen met grote stokken en speren. Waar zouden ze heen worden gebracht? En wat staat hun te wachten? Ik kan het niet uitstaan dat niemand van de vrouwen concreet actie onderneemt, terwijl hun mannen steeds verder richting de horizon verdwijnen. Ik besluit tot actie over te gaan en zet het op een rennen. Gelukkig blijkt mijn conditie in dit lichaam beter te zijn dan mijn eigen conditie en al snel zie ik, dat ik heel langzaam op de mannengroep inloop. Maar zij zijn inmiddels al minstens een half uur onderweg en ik ren maar iets sneller dan hen, dus heel snel loop ik niet in. Bovendien moet ik ervoor zorgen dat ze me niet zien. Maar dat realiseer ik pas als ik één van de ontvoerders achterom zie kijken. Ik weet niet hoe snel ik in het hoge gras naast het pad moet duiken. Ik durf niet meteen op te kijken en hou me even stil. Als het goed is gegaan, was het op het randje! Ik zal een ander pad moeten kiezen, want op deze manier behoor ik zo meteen ook tot de mannengroep. Eigenlijk ben ik wel heel onvoorbereid op pad gegaan, realiseer ik me nu. Wat kan ik in mijn eentje nu beginnen tegen zo’n groep sterkte mannen? Zelfs onze mannen lijken bang voor hen te zijn. Maar veel tijd om na te denken heb ik niet, want wat ik sowieso niet wil, is ze uit het oog verliezen. En dus besluit ik dat dat mijn doel is: uitzoeken waar de mannen heen worden gebracht. Daarna zal ik teruggaan naar het dorp om hulp te halen. Het pad dat de mannen volgen is inmiddels de heuvels in getrokken, wat mij de mogelijkheid geeft om een veiligere route te kiezen. Maar ik ken dit gebied natuurlijk niet en hoe voorkom ik dat ik ze uit het oog verlies? Dat risico wil ik eigenlijk ook niet lopen en dus zoek ik naar een andere oplossing. Gelukkig is er veel hoog struikgewas naast het pad en daar kruip ik in om even op adem te komen. Terwijl ik in de struiken zit, zie ik aan de andere kant van het struikgewas ook licht. Ik kruip door de struikjes heen en kom aan de andere kant bij een weide. Als ik aan deze kant langs het struikgewas blijf, kan ik de mannengroep wel in de verte horen, maar ze kunnen mij niet zien. Vol goede moed zet ik het weer op een rennen, tot ik na een paar kilometer gekerm uit de struiken hoor.

1 opmerking: